Door Erik Voncken, journalist en ambassadeur van Bonjour Frankrijk

De Morvan trekt vooral natuur- en rustzoekers. Je kan hier eindeloos ronddwalen zonder iemand tegen te komen – een tractor of chateau, weggestopt in een hoek van het landschap, uitgezonderd. Wie die weldaad wil afwisselen met goed eten, gastvrijheid en een vleugje kunst, kan terecht in de chambres d’hôtes van Maison Charlotte.

We hebben geluk. Voor de table d’hôtes van vanavond hoeven wij – mijn broer en ik en onze gezinnen – welgeteld vijftig meter te lopen. We verblijven in een verbouwde boerderij (via via) op nog geen kwartier van Château-Chinon. In dit gebied heb je de restaurants niet voor het uitkiezen. Om dan je vakantie pal naast Maison Charlotte door te brengen is geen straf.

Allesbehalve! Wanneer we de lommerrijke tuin hebben verkend – in het midden troont trots een prachtige Anna Paulownaboom! – ons aan de andere gasten hebben voorgesteld onder het genot van een aperol spritz en tenslotte aanschuiven aan de lange tafel onder het dak van de schitterende, glasrijke veranda, wordt al snel duidelijk dat de keuken de echte ster van de avond is. Of beter gezegd: de kok. Jessica Rovers zet ons louter zalige gerechten voor: frisse gazpacho van meloen en tomaten, losgeklopte fetacrème, risotto met chorizo en witvis, fromage frais met bessen… Terwijl al die zalige smaken zich met elkaar vermengen en onze kinderen op ontdekking gaan in de tuin en onder de tafel, zakt de zon onder de horizon en komen diepe kleuren blauw en paars naar boven. We schuiven de stoelen wat naar achter, mijmeren over een eigen huis in de Morvan en zoeken ten slotte voldaan ons bed op.

Complimenten en suggesties

De smaken hebben de maanverlichte sterrennacht overleefd, want de volgende morgen hebben we het tijdens het ontbijt nog steeds over de gazpacho, de feta, de vis. Het enige wat ontbrak, was een praatje met de eigenaren.

Reden genoeg om een tweede bezoek te brengen. Mijn nichtje van zeven trekt haar zwempak aan en loopt met me mee. In de tuin, waar een groot rond zwembad staat, tref ik schilderende gasten. Henk van den Berg, echtgenoot van Jessica, is begenadigd kunstschilder en geeft sinds jaar en dag cursussen. Hij loopt bedachtzaam van cursist naar cursist, geeft complimenten en doet suggesties. Jessica vind ik in de sfeervolle leefkeuken, samen met Anneke, een jeugdvriendin die drie weken komt helpen. ‘Ik heb het jarenlang allemaal zelf gedaan: de boodschappen, het koken, de kamers verschonen. Maar ik ben inmiddels ook alweer een dagje ouder, dus dat kon niet blijven duren. En het is hier alleen maar drukker geworden.’

Bitterzoet

We gaan aan tafel zitten en Jessica neemt me in vogelvlucht mee langs de geschiedenis van deze plek. ‘Voordat we dit huis kochten, was ik loopbaancoach. Henk gaf had al ervaring met schildervakanties in het buitenland en gaf in Nederland les aan de SKVR in Rotterdam. Hij had al een tijd de droom om dat voor zichzelf te doen. We keken naar huizen op maximaal zes, zeven uur rijden van Breda, waar we toen woonden. Zo kwamen we in de Morvan terecht. We kwamen dit huis bezichtigen, hadden alleen nog maar over het toegangshek gekeken en wisten dat dit de plek was. We vielen als een blok voor het uitzicht.’

Maar dat is slechts de ene kant van het verhaal: ‘De aankoop van deze plek viel samen met het overlijden van onze dochter.’ Er staan tranen in haar ogen als ze erover vertelt. ‘We konden niet anders dan deze plek naar haar vernoemen: Maison Charlotte. Volgende week is het dertien jaar geleden.’

Ze gaat even verzitten en haalt een hand door haar haren, als om de herinneringen van zich af te schudden. Ze vertelt verder: ‘Vanaf dat moment kwam alles in een stroomversnelling. We kwamen hier meteen veel vaker dan gepland. We kochten het als oud boerderijtje, dus de muren waren en pierre. (Ze wijst naar de smetteloos witte muren om haar heen.) Maar na een jaar trokken we de conclusie dat we meer licht wilden en hebben we alles gestuct. De uitbouw van de keuken heeft Henk vier jaar geleden gemaakt. De schuur aan de overzijde bouwde hij om tot atelier. Ook de veranda heeft ie zelf gedaan.’

Ik knik bewonderend. Daarna laat ik me meevoeren naar de woonkamer, waar een van zijn schilderijen hangt: een jarenzeventigwoning, badend in warme kleuren rood. Het doet aan Hopper denken: de geladen verlatenheid die het uitstraalt, de aanwezigheid van de afwezigen. Ik ben diep onder de indruk.

Groene explosie

We keren terug naar de keukentafel, zodat Jessica wat voorbereidingen kan treffen voor de lunch. Intussen praten we verder. Want hoe is het om hier permanent te wonen? ‘Dat doen we sinds 2014. We organiseerden de schildervakanties al sinds 2007 en dat liep goed. De chambres d’hôtes is er in 2014 bij gekomen. We verkochten ons Bredase huis en zijn hier permanent komen wonen. Dat was een goed besluit. We kunnen ervan leven. In de zomer zijn we druk en werk ik zeven dagen per week. In het najaar vertraagt ons leven, gaan de chambres d’hôtes dicht en is er tijd voor bezinning.’

De winters van de Morvan waren vroeger koud en wit. ‘De laatste tien jaar zijn ze vooral nat geweest. Maar het voelt hier dan nog verlatener dan het in de zomer al is. Voor de Nederlanders die hier wonen – en dat zijn er best wel wat – organiseren we één keer in de maand een filmmiddag met déjeuner. Daarnaast is er iedere vrijdag een open atelier voor alle schilderende mensen in de buurt. En als nieuwe activiteit gaat het huiskamerrestaurant open, voorlopig op één avond per week.’

‘In de lente is de Morvan adembenemend mooi. Eigenlijk is dat het beste moment om hier naartoe te komen. Het groen explodeert en overal staan bloemen. In de bermen tref je orchideeën. De hop, niet de plant, maar de vogel, met zijn prachtige kuif en bruin verenpak, kom je regelmatig tegen.’ Ik vertel over de reeën die we enkele dagen geleden met het vallen van de schemer onder de beschutting van de bosrand vandaan zagen komen. Jessica knikt. Op de vraag of de everzwijnen haar moestuin weleens aanvreten, antwoordt ze ontkennend: ‘Die komen hier eigenlijk nooit het bos uit. Al is elke ochtend wel het halve bos omgewoeld. Het zijn goeie eters.’  

Ik maak aanstalten om te vertrekken. Niet in de laatste plaats omdat mijn nichtje, dat uitgekeken is op het zwembad, ons gevonden heeft en aan mijn mouw begint te trekken. ‘Heb je de bijenkasten gezien?’ probeer ik nog. ‘Jessica houdt bijen voor de honing.’ Maar mijn nichtje is onvermurwbaar. ‘Ik moet zelf ook verder’, lacht Jessica, terwijl ze haar plek in de keuken weer inneemt. Als we de oversteek naar onze vakantiewoning hebben gemaakt en even later weer in onze eigen tuin zitten, uitkijkend over de golvende velden, klinkt er een bel. De lunch wordt geserveerd.

Een zoete herinnering

Later op de dag komt Jessica nog even aan voor een laatste babbel. Over de omgeving, haar bedrijf. We hebben een wijn uit de Vacqueyras die open staat. Die slaat ze niet af. ‘Eentje dan.’

Mijn broer komt erbij staan en vertelt hoezeer hij onder de indruk is van haar plek. ‘Geschikt voor alle leeftijden’, denkt hij hardop. ‘Of je nou vijf, vijfentwintig, vijftig of vijfenzeventig bent.’ Ik knik bevestigend. De kinderen hebben het zwembad en de tuin, de volwassenen het eten, de kunst en het uitzicht. Voor ons was het in ieder geval beslist niet de laatste keer dat we bij Maison Charlotte hebben gegeten of geslapen. Mét of zonder kinderen.

De dag van ons vertrek dient zich aan, dringt zich op. Vroeg in de ochtend loop ik naar de auto, om te beginnen met spullen inladen. Blijkbaar heb ik hem gisteravond niet op slot gedaan, want op mijn bestuurdersstoel tref ik een potje honing: een zoete herinnering aan deze prachtige plek én een teken van ware gastvrijheid.

Laat een Reactie achter