Precies een week geleden stapte ik ’s ochtends in de Auvergne in mijn auto, passeerde ik rond het middaguur Parijs en arriveerde rond etenstijd in Nederland. Terug thuis, na twee maanden trekken door Frankrijk. De afgelopen week kon ik de juiste woorden voor deze blog niet vinden, en dat snapte ik niet, dus werd ik gefrustreerd. Boos op mezelf. Ik nam het mezelf kwalijk dat ik niet gewoon een update kon schrijven. Nu, zittend op de bank met een kop warme thee terwijl het er buiten uiterst grauw uitziet, denk ik dat ik de woorden eindelijk gevonden heb. Het liefst zou ik schrijven hoe blij ik ben om weer thuis, in Nederland, te zijn. En eerlijk is eerlijk: wat was het zálig om mijn vriend, vriendinnen en familie weer te zien. De slingers hingen zelfs op voor me – lief! Anderzijds is Nederland precies het Nederland gebleken waarvoor ik vreesde. En dat is even wennen.
Acclimatiseren: overal mensen en prestatiedruk
Eén van de stellen die ik aan het begin van mijn reis door Frankrijk ontmoette, appte me halverwege mijn reis dat ze voor het eerst sinds drie jaar weer in Nederland waren. Inmiddels runnen ze een auberge in het hart van de Franse Alpen, in een piepklein dorpje waar iedereen elkaar kent, met overal zicht op bergtoppen. Vol van nieuwsgierigheid vroeg ik ze hoe ze het hadden in Nederland. “Er zijn overal mensen”, klonk hun reactie. Ik moest grinniken. Ja, hèhè. Dat is Nederland zoals ik het op 4 oktober achter me liet. Maar ik besefte op dat moment ook heel goed dat het voor veel Nederlanders die ik in Frankrijk bezocht – en die Nederland dus voorgoed achter zich lieten – na jaren een schok kan zijn. Zoveel mensen, overal. Ja. Precies dat is ook één van de dingen waaraan ik nu, na mijn terugkomst, weer even moet wennen. Na twee maanden van kleine dorpjes, plattelandsweggetjes en rustige stadjes zijn er hier echt overal mensen, veel mensen zelfs. Maar vooral wat al die mensen zichzelf en daarmee ook mij aandoen, vind ik soms moeilijk: het altijd aanstaan en elkaar een bepaalde vorm van prestatiedruk opleggen. Althans, in mijn hoofd.
Hoe meer, hoe beter?
Om dat meteen toe te lichten: ik kwam zondagavond thuis en besloot maandag gelijk maar weer volle bak te knallen voor mijn eigen bedrijf, dat ik nieuw leven aan het inblazen ben. En trouwens, ik ben ook een boek aan het schrijven, dat ik natuurlijk zo snel mogelijk af wil hebben. De hele week probeerde ik lange dagen te maken, zo productief mogelijk te zijn. En dat lukte niet. Ik kon mijn draai even niet vinden hier in Nederland. Maar op een dinsdagmiddag om 14.00 uur op de bank kruipen met een boek, dat is wel héél schandalig, toch? In Frankrijk niet. In Nederland wel. Althans, zo voelt het. Zo voel ik hier aan alle kanten die prestatiedruk van de maatschappij. En ik probeer het te negeren – er is immers geen baas die zegt dat ik wel even heel rap aan het werk moet – maar dat is dus zo eenvoudig niet. Hoe meer, hoe beter, lijkt de standaard. Die standaard was ik even verloren in Frankrijk, en dat was heerlijk. En terwijl ik in Frankrijk ontspande, geduld leerde hebben en besloot al deze goede ontwikkelingen van mezelf mee terug naar Nederland te nemen, merk ik dat ik hier meteen weer in de ratrace aan het vallen ben.
Dinsdagmiddag 14.00 uur, met een boek op de bank
Vanmorgen las ik op Twitter een berichtje van iemand die schreef: “Grappig hoeveel mensen vinden dat je geen echte baan hebt als je niet minstens 40 uur per week werkt.” Het was precies dat waar ik deze hele week tegenaan liep. Die druk van de maatschappij en het gevoel dat je niet meetelt of minder bent als je even niet op het hoogste niveau presteert. Veel Nederlanders die ik in Frankrijk ontmoette, draaien een druk seizoen in de zomermaanden en nemen daarna uitgebreid de tijd om van het leven te genieten. Ik bezocht ze in oktober en november en mocht dus proeven van hun leven na het drukke seizoen. Fantastisch was het, inspirerend. Ontspannend ook, dat vooral. Olijven plukken op een maandagmiddag in de zon, een uitgebreid marktbezoek op een woensdagochtend, een lange wandeling maken op een donderdagmiddag… Ze genoten van hun vrijheid, oprecht. Samen met deze mensen praatte ik honderduit over dit onderwerp, over de ratrace in Nederland, over vallen en overleven. En over hun nieuwe leven in Frankrijk, in een land dat zeker ook niet perfect is, maar waar het wel allemaal héél anders is. Nu ik terug ben, begrijp ik al deze verhalen nog beter. En ik ga erover schrijven. In mijn tempo, op een moment dat het voor mij goed voelt. Vandaag is dat op een zondag. En dus vind ik dat ik dinsdagmiddag om 14.00 uur best even op de bank mag kruipen met een boek. En trouwens, wie zegt mij dat dat niet mag? Bij deze besluit ik: op naar meer zelfliefde en minder prestatiedruk, en laten we vooral niet leven om te werken, maar andersom.